Boeddhisme

De Dalai Lama geeft in het voorwoord van het boek ‘De opkomst van het Westers Boeddhisme’ van Joseph Goldstein aan dat de leer van de Boeddha, de Dharma in essentie dezelfde blijft, ondanks de ontwikkeling  in verschillende tijden en op verschillende plaatsen. Het was Boeddha’s voornaamste verlangen dat alle mensen vrede zouden vinden en vrij zouden zijn van lijden. Zijn advies om als mens elkaar te helpen en te voorkomen elkaar kwaad te berokkenen, blijft overal van toepassing. Dit stijgt boven de grenzen van nationaliteit, taal, religie en cultuur uit.

De kern van boeddha’s leer is dat lijden deel uitmaakt van het leven en dat inzicht hierin de mens kan doen ‘ontwaken’ voor de waarheid van het leven zelf. Hij had een visie, en een beoefening ontwikkeld, die de mens in staat stelde met die werkelijkheid om te gaan zodat zij zichzelf en anderen niet telkens opnieuw pijn en frustratie bezorgde. Boeddha ging ervan uit dat mensen zelf kunnen ontdekken wat  lijden veroorzaakt en wat tot geluk en vrijheid leidt. Om de weg te bewandelen die de Boeddha onderwees, is naast moed, vertrouwen en inzet, een open hart nodig. Of je boeddhist bent of niet, het is de moeite waard deze kwaliteiten te ontwikkelen.

Wie was de Boeddha?

Ongeveer vijfentwintig eeuwen geleden zat, ver weg in India, een uitgemergelde en in lompen geklede man onder een pippala-boom. Hij was een edelman van zeer hoge komaf (in veel verhalen zou hij zelfs een prins geweest zijn). Enkele jaren voordien had hij zijn land, zijn ridderclan, zijn riante levensstijl en zijn schitterende toekomst achter zich gelaten, op zoek naar een steekhoudend antwoord op de vraag: ’Is er niet meer in het leven dan dit?’ Hij had gemediteerd en gestudeerd bij de beste meesters, hij had het zelfs geprobeerd met keiharde zelffoltering, maar hij was geen millimeter verder gekomen.

Zittend onder de boom liet hij al het zoeken los en merkte dat het raadsel zich begon te ontrafelen. Hij begon in te zien dat wij als mensen de werkelijkheid op zijn kop zetten door krampachtig het onmogelijke na te jagen en dat je daardoor jezelf en anderen ellende bezorgt. Hij bleef echter niet steken bij het zien van de problemen. Veel belangrijker nog was dat hij een uitweg zag, niet alleen voor zichzelf maar voor iedereen die deze ook wilde vinden. Deze man, Siddharta Gautama, werd hiermee de (historische) Boeddha, ‘de ontwaakte’, ook wel ‘de verlichte’ genoemd. Vervolgens trok hij tot zijn dood op 80-jarige leeftijd door Noord- India om zijn leer, het pad naar  inzicht en innerlijke bevrijding, te onderwijzen. Zijn leer wordt in Azië, de Dharma, genoemd.

Dit historische verhaal is ook een archetypisch verhaal en daarmee universeel van aard. We kunnen daarin de zoektocht van de mens herkennen; iemand die op zoek gaat en zijn natuur en zijn vrije geest wil ontdekken. Iemand die antwoord zoekt op de vragen: Wie ben ik? Waarom is er lijden? Waartoe leef ik? En wat is het doel en de functie daarvan?